Anniko van Santen over Opsporing Verzocht

  • Geplaatst: Dinsdag 20 juni
Door: Televizier.nl

INFORMATIEF Zo aan het einde van het heftige ­seizoen van Opsporing verzocht komen de zaken nog harder binnen bij Anniko van Santen. ‘Ik ben moe, vandaar.’ Maar ook na elf jaar blijft ze het programma trouw. ‘Het is een belangrijk en nuttig programma. En daar houd ik van.’

Door Bea Kastrop

Anniko van Santen houdt zich als eindredacteur en presentatrice van Opsporing verzocht al elf jaar bezig met de donkere kant van de samenleving.

Weet je nog waarom je indertijd voor Opsporing verzocht wilde werken?

“Het grappige is dat het niet eens bij mij opkwam. In 2001 ging ik bij de Avro werken om dierenprogramma’s te doen. Daar voelde ik me lekker bij en dat vond ik leuk. En het gekke is dat mijn man, toen nog mijn vriend, tegen me zei: als er ooit een gaatje valt bij ­Opsporing verzocht dan moet je wel even goed nadenken of dat niet iets voor jou is. Opsporing verzocht? Daar was ik zelf echt nooit opgekomen. Maar toen ik erover ging nadenken dacht ik: het is wel een instituut. Een belangrijk en nuttig programma. En daar hou ik van. Op een gegeven moment heb ik gezegd: als er iemand bij Opsporing verzocht ziek wordt of een been breekt, denk dan eens aan mij. En een paar maanden later wilden ze dubbelpresentatie invoeren. Soms staan de sterren goed en vallen de dingen op hun plaats.”

Waarom past dat programma zo goed bij jou?

“Thuis ben ik een enorme sloddervos en heel chaotisch. Maar in mijn werk kan ik enorm mierenneuken. Dat is bij dit programma heel handig. En wat ik vooral erg leuk vind is het vertalen van andermans boodschap: hoe vertel ik het op een manier dat de essentie bij iemand anders blijft plakken. Dat past heel goed bij mijn persoonlijkheid als programmamaker. Bij Opsporing verzocht is dat heel belangrijk, maar die boodschap speelde ook een rol in de jaren dat ik kinderprogramma’s maakte en de wereld over trok, in samenwerking met het Wereld Natuur Fonds.”

Reizen voor je werk zou weer makkelijker gaan nu je kinderen groter zijn…

“Het was een fantastische tijd en je moet oppassen dat je niet terug wil naar iets wat toen perfect was. Maar toen ik Art (Rooijakkers, red.) Helden van de wildernis zag presenteren, dacht ik wel, oh, daar had ik ook willen zijn! Ik weet hoe leuk het is en hoe je in de natuur steeds voor verrassingen komt te staan.”

Bij Opsporing verzocht wordt alles terdege voorbereid. Juist geen verrassingen. Waar zit na elf jaar nog de uitdaging?

“Voorop staat dat ik nog steeds heel veel plezier beleef aan allerlei dingen. Ik blijf het bijvoorbeeld fascinerend vinden om bewakingsbeelden te bekijken: wat doet-ie nóu!? Wat ráár… Heeft ie dát nou in zijn hand? Er is niks leuker dan met een soort loep naar menselijk gedrag kijken. En de grote uitdaging van Opsporing verzocht is nog steeds dat er iets bereikt moet worden. De politie lost gemiddeld 25 procent van de misdrijven in Nederland op. Van de zaken die wij laten zien wordt 40 procent opgelost dankzij tips van kijkers. Gemiddeld kijken iedere dinsdag 1,2 miljoen mensen. Het is een ongelofelijk nuttig programma. Ik weet niet of ik uit een ander programma zo veel voldoening zou kunnen halen. Het is een erebaan en die doe je niet zomaar weg.”

In Opsporing verzocht zie ik soms in nagespeelde scènes dat mensen in hun eigen huis in elkaar geslagen en beroofd worden. Dan krijg ik toch de kriebels als ik even later buiten voetstappen hoor. Heb jij daar geen last van?

“Ik vind het heel erg dat we met het programma een gevoel van onveiligheid teweeg brengen. Terwijl we juist het gevoel van veiligheid willen verhogen door te laten zien dat we er iets aan doen. Zelf ben ik gelukkig niet bang aangelegd, anders was ik allang kopje-onder gegaan. Het lastige is dat je potentiële tipgevers over de streep moet trekken door echt te laten zien hoe erg het is. Zoals jij het ervaart moet het ook aankomen bij degene die weet dat zijn neefje het heeft gedaan.”

Voortdurend bezig zijn met criminaliteit is een grote emotionele belasting. Nelleke van der Krogt stopte indertijd na elf jaar om die reden. Hoe ga jij daarmee om?

“Ik ben nu moe omdat we aan het einde van het seizoen zitten. Dan kan ik er echt heel verdrietig van worden. Gisteren hadden we de zaak Nicky Verstappen in de uitzending. We wisten dat dat eraan zat te komen en ik merkte al aan mezelf dat ik het niet meer wilde horen en lezen. Ik heb de tekst echt pas op het laatste moment geschreven. Wat mij soms heel erg aangrijpt in verhalen zijn de details. Nicky Verstappen is gevonden in een rode Ajax-pyjamabroek. Echt, ik word er nu ook weer verdrietig van.”

Dat zie ik, de tranen staan in je ogen.

“Het ene verhaal raakt je ook meer dan het andere. Het is gewoon heftig. Alleen is er in de uitzending geen plaats om te laten merken dat het je raakt. Maar het stapelt wel op. Het is gewoon allemaal verdriet. Zo veel verdriet.”

Vangen jullie elkaar op de redactie op?

“We zitten niet samen te snotteren, het is meer van: wat een klotezaak is dit! Wat een hufters!”

Hoe deal jij ermee na werktijd?

“Ik heb het er thuis niet over. Het is mijn werk. Mijn man trekt het ook niet zo heel goed. Hij vindt het wel knap hoe ik ermee omga. En er is dus die fijne veilige redactie en de collega’s van de politie. Mensen die allemaal snappen dat dit meer dan werken is. En er is ook een soort emotionele taaiheid bij de mensen die bij ons werken. Je huilt even en daarna ga je weer wat doen. Dat is het.”

Waar komt jouw emotionele taaiheid vandaan?

“In mijn opvoeding is me veel verantwoordelijkheidsgevoel bijgebracht. Voor de rest is het, denk ik, persoonlijkheid. Ik ben overtuigd humanist. Ik geloof in de kracht van mensen en in het kiezen van je eigen pad in het leven. Wat ik heb gedaan, wat ik heb geleerd en wat ik eruit wil halen, dát is wat ik ben.”

Opsporing verzocht * dinsdag, 20.30 uur, NPO 1



Reageren op dit artikel