Koningin Beatrix oefent regelmatig invloed uit op de benoeming van mensen op bestuurlijke topfuncties. Dat zeggen oud-bewindspersonen Henk Koning, Ben Bot en Pieter Kooijmans vanavond in het Reporter. De oud-politici vinden dat overigens geen probleem. De minister die het besluit neemt, is uiteindelijk verantwoordelijk.
Oud-staatssecretaris van Financiën Henk Koning (VVD) heeft in 1991 bij Beatrix gelobbyd om President te worden van de Algemene Rekenkamer. Behalve Koning was er nog een kandidaat: Saskia Stuiveling. De koningin vertelde hem, aldus Koning, dat ze hém graag wilde als President. Beatrix zou dat ook hebben gezegd tegen toenmalig premier Ruud Lubbers. Het kabinet koos uiteindelijk voor Koning. Niet voor Stuiveling. Volgens Koning begroette Beatrix hem een paar dagen later bij zijn beëdiging als President met de woorden: ‘Ziet u wel?’. Lubbers zegt in een reactie het verhaal “noch te bevestigen, noch te ontkennen”.
In 1999 vertrekt Koning als President van de Algemene Rekenkamer. Opnieuw is Saskia Stuiveling in de race voor de topfunctie. En opnieuw heeft Beatrix een andere favoriet. Volgens toenmalig minister van Binnenlandse Zaken Bram Peper (PvdA) vertelt de koningin hem dat ze – ook nu – liever de andere kandidaat heeft: Ad Havermans. Die is net als Stuiveling op dat moment bestuurslid van de Algemene Rekenkamer. Peper benoemt toch Stuiveling. Peper zegt dat Beatrix daar niet moeilijk over deed: “Majesteit kent haar plaats.”
Pieter Kooijmans (CDA) vertelt in KRO Reporter dat hij mede minister van Buitenlandse Zaken (1993-1994) is geworden omdat Beatrix dat wilde. Kooijmans had de baan aanvankelijk geweigerd. Maar toenmalig minister-president Ruud Lubbers vertelt Kooijmans dat de koningin hem graag wilt. Kooijmans zegt, mede daartoe aangespoord door zijn vrouw, alsnog ja tegen de baan. Kooijmans zegt dat hij voor de baan bedankt zou hebben als Beatrix hem niet had gewild. Kooijmans: “Het zou dan erg moeilijk zijn geweest want je bent als minister een dienaar van de Kroon.”